Verziendheid

Een volgroeid, goed functionerend oog is exact lang genoeg om het binnenkomende beeld precies op het netvlies te laten vallen. Eén van de redenen waarom jonge kinderen niet goed zien, is omdat hun oogbol nog erg kort is. Het beeld dat door hun ogen binnenkomt, kan nog niet op het netvlies geprojecteerd worden, het valt er altijd een beetje achter.

Naarmate een kind groter wordt, groeit het oog mee en zal het kind dus steeds beter zien. Kleuters van drie jaar oud zien ongeveer zestig procent scherp, bij kinderen van vier jaar is dat al tachtig procent. Omdat het beeld bij jonge kinderen achter hun netvlies valt, kan je zeggen dat alle jonge kinderen verziend zijn. Wordt er tijdens een oogonderzoek bij de dokter ontdekt dat je kleuter aan beide ogen zwaarder verziend is dan normaal, dan zal hij een bril krijgen.

Daarmee kan een jong kind nog altijd niet volledig scherp zien, maar het gezichtsvermogen wordt zo wel gecorrigeerd naar dezelfde graad van zijn of haar leeftijdsgenootjes. Op die manier kan het zicht op de normale manier rijpen. Het is goed mogelijk dat de verziendheid minder erg wordt naarmate je zoon of dochter ouder wordt en een langer oog krijgt, zodat hij of zij de de lagere school geen bril meer nodig heeft.

Een veelvoorkomend misverstand is dat mensen die verziend zijn verafgelegen objecten goed zouden zien en nabije voorwerpen wazig. Dat klopt alleen in het geval van ouderdomsverziendheid. Iemand die zwaar verziend is, ziet noch dichtbij, noch veraf goed. Iemand die in mindere mate last heeft, zal zijn ogen onbewust zodanig opspannen dat het beeld toch nog scherp binnenkomt. Tot de ooglens rond het veertigste levensjaar te stug wordt om naar believen te krommen. Dan worden dichtbijgelegen voorwerpen toch wazig.

Tot die tijd kunnen verziende personen wel last krijgen van een aantal neveneffecten van de vele inspanning, zoals hoofdpijn of vermoeide ogen. Een bril kan dan helpen om de ogen van je kind rust te geven.