Scheelzien

Tijdens de eerste maanden kan het gebeuren dat een baby kortstondig scheel kijkt. Eén of beide oogjes kunnen naar binnen of naar buiten afdwalen. Zolang ze daarna weer recht komen, is dat geen probleem. Blijven de ogen van je baby in verschillende richtingen kijken, dan is er meer aan de hand. Drie tot vijf procent van de bevolking heeft last van scheelzien. Hoe vroeger de aandoening vastgesteld wordt, hoe beter. Wacht dus niet tot je kind ouder wordt in de hoop dat het strabisme vanzelf verdwijnt. Uit scheelzien groei je niet. Stap liever meteen naar de dokter om na te gaan wat de oorzaak ervan is.

Soms is scheelzien te wijten aan ernstige verziendheid. Dan kan je kind geholpen worden met een bril. Het is mogelijk dat de oogjes na enkele maanden brillen vanzelf weer dezelfde richting op gaan kijken. Je baby zal de bril weliswaar moeten blijven dragen, maar er is ook een kans dat de klacht verbetert naarmate je kind ouder wordt en dat het de bril niet permanent meer nodig zal hebben.

Daarnaast kan scheelzien samenhangen met een lui oog. Ogen die verschillende kanten op kijken, sturen twee beelden naar de hersenen. Om te voorkomen dat je dubbel ziet, kunnen de hersenen één beeld onderdrukken. Zeker als het ene oog scherper ziet dan het andere, is de kans dat zoiets gebeurt groot. Het minder goede oog wordt dan als het ware niet meer gebruikt en zal niet verder ontwikkelen. De oogarts kan een lui oog behandelen door het goede oog af te plakken. Zo wordt het minder goede oog gedwongen om toch te werken, eventueel in combinatie met een bril.

In andere gevallen ligt er een erfelijke afwijking aan de basis van het scheelzien, of ontstaat het door medische problemen bij de geboorte. Dan is een operatie aan de oogspieren de enige oplossing. Ook als een bril onvoldoende helpt, is zo’n ingreep aangewezen. De operatie is niet zwaar, maar een goede opvolging is noodzakelijk omdat er soms meerdere ingrepen nodig zijn om de ogen permanent recht te krijgen.