Lui oog

Scheelzien en een lui oog hangen vaak samen, maar niet altijd. Je zoon of dochter kan ook een lui oog hebben zonder dat je daar uitwendig iets van ziet. Dat kan je als ouder onmogelijk opmerken. Daarom biedt Kind en Gezin een oogtest aan voor kinderen van ongeveer twaalf maanden.

De test wordt nog eens herhaald op de leeftijd van twee en soms op drie jaar. De Kind en Gezin-medewerker controleert dan met een speciaal apparaat of er een brekingsfout is aan één van de ogen. Dat zou betekenen dat één oog wazig ziet en dat de hersenen het signaal ervan mogelijk verdringen. Het is belangrijk om dat oog weer aan het werk te krijgen.

Als de hersenen tijdens de kindertijd niet leren om de beelden van beide ogen correct te interpreteren, zal dat op latere leeftijd ook niet meer gebeuren. Een lui oog dat pas wordt ontdekt als het zicht al volledig gevormd is, zal zelfs met een bril of een laserbehandeling nooit goed kunnen zien, omdat de hersenen de beelden ervan niet scherp kunnen verwerken. Sla de oogscreening dus zeker niet over.

Sommige ouders zijn ervan overtuigd dat hun kind goed ziet, omdat het wijst naar vliegtuigen in de lucht en kruimels op de grond. Maar misschien ziet je zoon of dochter die dingen maar met één oog. Ga daarom niet te licht over het advies van Kind en Gezin of van de schoolarts.

Soms verdwijnt een lui oog volledig door het goede oog een paar uur per dag af te plakken. Andere kinderen zullen altijd een bril nodig hebben om de afwijking van het ene oog op te vangen, maar als ze die bril jong genoeg krijgen, kunnen ze daar wel perfect mee zien.