Pediatrische oftalmologie

Ziet jouw kind wel goed?

De kans is klein dat je kind je spontaan zal vertellen dat het niet scherp ziet. Misschien wil het liever geen bril, of heeft het niet door dat er iets aan de hand is. Welke alarmsignalen kan je als ouder opmerken?

Ons zicht ontwikkelt zich geleidelijk aan van bij de geboorte tot ongeveer het zesde levensjaar. Baby’s zien dus helemaal niet goed. Ze kunnen alleen wazige vormen, lichtcontrasten en flauwe kleuren waarnemen. Tussen de achtste en twaalfde week zou het gezichtsvermogen al iets verder gerijpt moeten zijn, zodat een kindje oogcontact kan maken. Dan ziet het voldoende om je aan te kijken, veel baby’s beginnen dan ook spontaan te lachen. Doet een kind van drie maanden dat nog niet, dan is het aangeraden om te laten onderzoeken of er een reden is voor het afwezige visuele contact. Er kan iets mis zijn met de oogjes of in de zenuwbanen tussen de ogen en de hersenen. Ernstige verwikkelingen zijn gelukkig zeldzaam.

Een vaker voorkomend probleem zijn verstopte traanbuisjes. Zo’n dertig procent van de baby’s wordt daarmee geboren. Dat wil zeggen dat de tranen niet goed afgevoerd kunnen worden langs het traankanaal. Daardoor huilen die baby’s nogal overvloedig uit de volledige lengte van hun ogen en hebben ze vaak last van etter. Het is dan belangrijk om de ogen van je baby goed schoon te houden en de etter systematisch te verwijderen, om zo infecties te voorkomen. Een verstopt traanbuisje zal echter geen blijvende schade veroorzaken en geneest doorgaans vanzelf voor de eerste verjaardag. Gebeurt dat niet, dan moet het onder narcose opengemaakt worden door een oogarts.