Cataract

Wat is cataract?

Cataract is het vertroebelen van de kristallens, die zich aan de binnenkant van het oog bevindt, zoals een objectief van een fototoestel. Beelden worden waziger en de kwaliteit van het zicht gaat achteruit.

Waarom opereren? 
Een gevormde cataract kan niet met oogdruppels of met laser genezen worden.

Welke onderzoeken voor de operatie? 
Vooraf is er een onderzoek nodig om de juiste sterkte van de implantlens te berekenen. Ook een hart- en bloedonderzoek bij de huisarts is nodig om bloedarmoede uit te sluiten.

De ingreep

De ingreep wordt gedaan als de patiënt op de rug ligt, in een steriele omgeving en met behulp van een microscoop.

Verdoving
Meestal gebeurt de pijnloze operatie onder plaatselijke verdoving door middel van oogdruppels en -zalf. Voor angstige patiënten of gecompliceerde gevallen is een algemene verdoving ook mogelijk. De keuze is afhankelijk van het advies van de oogarts en de anesthesist. Zij houden rekening met je wensen.

De ingreep
Het verwijderen van de lens (cataract) gebeurt met de faco-emulsificatie-techniek Na het maken van een kleine insnede (<3mm) in het hoornvlies, wordt de cataract in kleinere stukjes gesplitst met behulp van een sonde die ultratonen voortbrengt. Die kleine stukjes worden weggezogen maar de kapselzak blijft ter plaatse om als steun te dienen voor de kunstmatige lens die de verwijderde ooglens zal vervangen. De wonde moet niet gehecht worden daar de kunstlenzen plooibaar zijn om de insnede minimaal te houden.

Verwikkelingen of moeilijkheden tijdens de ingreep
Deze zijn zeldzaam en onvoorspelbaar maar kunnen vaak tijdens de operatie zelf worden opgelost. De ernstige verwikkelingen (bv. bloedingen, infecties, netvliesoedeem) zijn zeer zeldzaam. Een nieuwe ingreep kan dan noodzakelijk zijn, en heel uitzonderlijk zelfs het verlies van het oog.

Na de ingreep

De gezichtsscherpte verbetert zeer snel en een aangepaste brilcorrectie kan al na enkele weken voorgeschreven worden. De aanwezigheid van eventuele andere afwijkingen van het oog kunnen nog voor een gezichtsbeperking zorgen. Een plaatselijke behandeling is daarna nodig. Dit houdt enkel oogdruppels, oogzalf en een beschermkapje voor ‘s nachts in, en dit gedurende een periode die aangeduid wordt door je oogarts.

Er volgen meestal nog 3 nacontroles. De werkactiviteit, het gebruik van machines of gevaarlijke instrumenten en autorijden, worden beperkt gedurende een periode die vastgelegd wordt door de oogarts.

In ongeveer 30% ontwikkelt zich, in de loop der jaren gevolgd na de operatie, een vertroebeling van het lenszakje. Dit is een secundaire cataract (nastaar) die verantwoordelijk is voor opnieuw een verminderd zicht. De behandeling hiervan is pijnloos en bestaat erin een opening te maken in het vertroebelde kapsel met behulp van een laser.