Behandeling

Multidisciplinaire benadering

De persoon met slikstoornissen wordt omkaderd door verschillende disciplines, die elk hun specifieke bijdrage leveren. Naast het logopedisch advies voor een zo veilig mogelijke slikact, kan de diëtiste het voedingspatroon en de inname van de noodzakelijke voedingsstoffen opvolgen. Ook bij opstart van sondevoeding wordt de diëtiste ingeschakeld. Individuele aanpassingen worden dan ook telkens gecommuniceerd aan de verantwoordelijke arts en de verpleegkundige. De verpleegkundige fungeert als schakelfiguur, aangezien hij/zij instaat voor het maaltijdgebeuren, het opvolgen van de hoeveelheid vocht en voeding en de algemene ziektetoestand van de patiënt.

Behandeling

Afhankelijk van het slikprobleem en de oorzaak kunnen verscheidene aanpassingen en oefeningen worden opgestart

Compensatietechnieken

Compensatietechnieken zijn aanpassingen die onmiddellijk resultaat geven, als het slikprobleem  niet meteen herstelt.  Ze moeten dan ook consequent worden volgehouden. We lichten er enkele toe.

1. Houding

Streef telkens naar een rechtop zittende houding. Idealiter gebeurt dit aan tafel, met het hoofd lichtjes voorovergebogen. Zet ook de patiënt in bed zo recht mogelijk. Liggend eten is niet alleen moeilijker, maar verhoogt ook het risico op verslikken.
Aanpassing van de hoofdhouding (zoals het hoofd draaien of kantelen) kan in een aantal gevallen specifiek worden geadviseerd.

2. Consistentie van voeding en dranken

Opmerking: - Raadpleeg steeds de juiste dosering om de juiste consistentie te bekomen. - Bruisende dranken: Roer voor een optimaal resultaat eerst goed in de drank om de hoeveelheid lucht in de drank te verminderen. Doe hierna het poeder in een glas en schenk de drank bij het poeder.

  • Voeding:
    Om verschillende redenen kan het aangewezen zijn de voedingsconsistentie aan te passen aan de noden van de patiënt. Zo wordt gemixte of gemalen voeding aangeraden bij kauwproblemen of na een verzwakte slikact. Ook bij een vertraagde slikreflex of bij onvoldoende beveiliging van de luchtwegen kan halfvaste voeding noodzakelijk zijn.  Daarnaast krijgt een zacht stuk vlees de voorkeur (boven taai vlees of draadjesvlees) bij orale verwerkingsproblemen of risico op stase in de keel. 

    In het Imeldaziekenhuis wordt gebruik gemaakt van de indeling slik 1, 2, 3 en 4. Onderstaand vind je een overzicht. Brochures met geïndividualiseerd voedingsadvies worden telkens met de patiënt meegegeven.

    Slik 1: Vloeibare voeding
    Milkshake dikte

    Slik 2: Volledig gemixte voeding (glad gepureerd, homogeen, smeuïg voedsel)
    Meestal in combinatie met broodpudding (soms ook met boterhammen, bijvoorbeeld overgoten met koffie)

    Slik 3: Gemalen voeding met vlees- of vismousse
    In combinatie met boterhammen (eventueel ontkorst) met voldoende smeerbaar beleg, of broodpudding

    Slik 4: Normale textuur met uitzondering van :
    - hard, kleverig, kruimelig voedsel
    - zachte koekjes
    - fruit met ruwe vellen en zaadjes
    - nootjes
    - rijst, rijstpap, banaan, kruidenkaas
    Bij voorkeur : gemixte soep of gezeefde bouillon

    Recent is er een internationaal gestandaardiseerd model gepubliceerd rond terminologie en definitie van voedsel en drank met een aangepaste consistentie voor personen met dysfagie. Binnen afzienbare tijd trachten we dit systeem in te voeren in ons ziekenhuis. (meer informatie: www.iddsi.org)
     

  • Dranken
    Indien er verslikking bij dranken optreedt, kunnen vloeistoffen ingedikt worden. Door toevoeging van een indikkingspoeder aan dranken, dunne soepen, sauzen,… kan een veilige inname verzekerd worden. Het aantal schepjes indikkingspoeder bepaalt de dikte van de drank (siroopdikte, honingdikte, puddingdikte). Indikkingspoeder is te verkrijgen bij de apotheek.

    Hoe bereiden?
    1. Doe het poeder in een glas of kopje (zie doseerschema siroopdikte, honingdikte, puddingdikte).
    2. Giet de vloeistof erop.
    3. Roer ongeveer 20-30 seconden.
    4. Laat de drank even staan voor de gewenste consistentie.

3. Wijze van aanbieding

De wijze van aanbieding aanpassen kan helpen om de veiligheid en efficiëntie van het slikken te verhogen. We geven graag enkele tips

  • Bied hanteerbare porties aan. Te grote porties geven aanleiding tot proppen en bemoeilijken het slikken. Als je iemand volledig begeleidt bij de maaltijd wordt er vaak aangeraden om eten te geven met een koffielepel.
  • Gebruik een beker met neusuitsparing zodat het hoofd mooi rechtop blijft tijdens het drinken. Het verslikkingsrisico verhoogt immers wanneer het hoofd achterover wordt gebogen. Een beker met handvaten is nuttig bij personen met motorische problemen. Een kantelbeker (type Handycup) is hiervan een goed voorbeeld.
  • Wacht steeds goed totdat hij/zij geslikt heeft alvorens de volgende hap of slok te geven.
  • Toon de volgende hap als tip om hem/haar te laten slikken.
  • Drink tijdens de maaltijd enkele slokjes water om het risico op ophoping in mond of keel te verminderen.
  • Geef het eten en drinken op een rustig tempo.
     

4. Medicatie

Soms kan het noodzakelijk zijn medicatie af te stemmen op de slikproblemen. Sommige personen hebben immers moeite met de inname van grote pillen of dunne siropen. In overleg met de arts of de apotheek kan bekeken worden of de medicijnen vloeibaar of geplet toegediend kunnen worden. Informatie is eveneens te vinden op www.pletmedicatie.be

4. Algemene aandachtspunten

  • Praten tijdens het eten vermijden, zeker als er eten of drank in de mond zit
  • Geen eten als hij/zij suf is
  • Geen eten als hij/zij niet alert is of geblokkeerd is
  • Opletten voor schrokken
  • Controleer na de maaltijd of er niets meer in de mond zit
  • Liefst een rustige eetomgeving creëren, eventueel met begeleiding
  • Extra aandacht voor mondzorg om infecties te voorkomen. Denk aan je gebit(sprothese). Poets het regelmatig
  • Laat de patiënt na de maaltijd nog even rechtop zitten om reflux te voorkomen
     

Therapeutische interventies

De logopediste tracht steeds een zo veilig en comfortabel mogelijke manier van slikken na te streven. Individueel advies wordt steeds verleend en afgestemd op de ziektetoestand en de slikproblematiek. Afhankelijk van de noden en mogelijkheden van de patiënt zal geopteerd worden voor compensatie (zoals aanpassen van consistentie, wijze van aanbieding,…) al dan niet aangevuld met revalidatie. De logopedist zal hierbij individuele oefeningen en technieken selecteren die het best passen bij de specifieke problematiek. Voorwaarde hiervoor is dat de patiënt voldoende taalbegrip en cognitieve vermogens heeft om de opdrachten uit te voeren. Daarnaast is het van belang dat de patiënt voldoende alert is en in een zo rechtop mogelijke houding gepositioneerd kan worden. Er moet eveneens voldoende motivatie zijn om de geleerde technieken ook buiten de therapiesessie toe te passen.