Algemene oncologie - Longkanker

Longkanker, bronchopulmonale of bronchuskanker

Longkanker is de eerste doodsoorzaak door kanker in België en komt vooral tussen 45 en 65 jaar voor.

Longkanker vormt zich in de longcellen. De longen bevinden zich in de borst, aan beide kanten van het hart.
Ze zijn het verlengde van de bronchi. Echte longkanker is zeldzaam.  In de meerderheid van de gevallen gaat het om kankers die zich ontwikkelen vanuit de bronchi en niet vanuit de longen zelf. Daarom praat men in het medische jargon eerder over bronchopulmonale kanker of, eenvoudiger gezegd, over bronchuskanker.
  
Er bestaan twee belangrijke soorten bronchuskanker: de eerste soort wordt kleincellige kanker genoemd (naar zijn beeld onder de microscoop).  Deze soort komt niet zo vaak voor (30%). De andere soort wordt niet-kleincellige kanker genoemd (komt vaker voor: 70%).   Deze twee kankersoorten worden elk op een andere manier behandeld. 

De risicofactoren

  • blootstelling aan tabak (actief of passief). - Klik hier door naar de rookstopbegeleiding

  • industriële of met het milieu verband houdende verontreinigende stoffen (radon, ...)

  • chronische bronchopulmonale ontstekingsaandoeningen (chronische bronchitis)

  • een momenteel nog onbekende genetische beschadiging

Bronchuskanker is de dodelijkste kankersoort en is een van de meest voorkomende kankers.

De symptomen

  • hoest of wijziging van de gewone hoest

  • bloedspuwing (hemoptysis)

  • constante vermoeidheid

  • algemeen gevoel van onbehagen (je voelt je niet goed)

  • verminderde eetlust

  • gewichtsverlies

  • pijn in de borst 

  • ademnood (dyspneu)

  • heesheid, schorre stem

  • moeilijkheden om te slikken

  • longontsteking

Aanvullende onderzoeken:
Nadat hij jou zorgvuldig onderzocht en ondervraagd heeft, zal je arts je de volgende onderzoeken voorschrijven:

  • RX Thorax, CT-scan van de thorax

  • Beeldvorming van de lever en van de bijnieren,

  • NMR bij vermoeden van  uitzaaiing in de wervel, het mediastinum of het centraal zenuwstelsel.

De echte diagnose wordt vanzelfsprekend slechts gesteld na een histologisch onderzoek op een staalafname (transthoracaal of fibroscopisch).

De behandeling (hangt van het soort kanker af)

  • Chirurgie
    De beslissing om een beroep te doen op chirurgie hangt af van de plaats van de tumor en van zijn nabijheid met vitale organen, maar ook van de histologische diagnose en het stadium. Als chirurgie in jouw geval wordt aanbevolen, kan men een klein deel van de long (cuneiforme resectie), een longkwab (lobectomie) of de hele long wegnemen (pneumectomie). Het is de uitgelezen behandeling voor niet-kleincellige kankers.

  • Chemotherapie
    Men dient medicijnen toe die de ontwikkeling en de verspreiding van de kankercellen verhinderen. Het merendeel van de patiënten verdraagt de chemotherapie betrekkelijk goed en de bijwerkingen kunnen gewoonlijk verzacht of beheerst worden. Het is de klassieke behandeling voor kleincellige kankers.

  • Radiotherapie
    Vernietiging van de kankercellen door hoogenergetische X-stralen. Die stralen kunnen de gezonde weefsels rond de tumor treffen, maar de bijwerkingen kunnen over het algemeen beheerst worden. Radiotherapie kan nuttig blijken, vooral als de kankercellen zich buiten de long hebben verspreid, of als de patiënt niet kan geopereerd worden of na de operatie of ook na de chemotherapie.
    Al deze therapeutische keuzes worden genomen in functie van de kankersoort (histologie, stadium...), de algemene toestand van de patiënt en zijn antecedenten. 
    Elk geval is uniek. Voor hun beslissing baseren je artsen zich op de volgende punten: de gediagnosticeerde kankersoort, de graad van de kanker (graad van kwaadaardigheid), het stadium van de kanker, de wetenschappelijke bewijzen voor de doeltreffendheid van de behandeling voor deze kankersoort en jouw algemene gezondheidstoestand. Je artsen zullen je om inlichtingen vragen die hen helpen bij de keuze van de in jouw geval aangewezen behandeling.
    Je zal behandeld worden door een toegewijd team dat bestaat uit artsen, verpleegsters en andere specialisten. Aarzel niet om je tot een van deze zorgwerkers te richten als je hulp nodig hebt.