Voor het opsporen van een schildklierprobleem wordt er steeds een klinisch onderzoek en een labo-onderzoek verricht. Vaak zijn dan ook een echo van de schildklier en een scintigrafie van de schildklier aangewezen voor een verdere diagnostische oppuntstellling.
Bij een schildklierscintigrafie wordt gekeken naar de werking, de grootte en de ligging van de schildklier.
Bij dit onderzoek wordt dus bepaald welke zones er normaal, te hard of te weinig werken.
De grootte wordt berekend. Indien de schildklier vergroot is, spreekt men van krop of goiter.
Bij een goiter wordt dan nagekeken of de schildklier zich enkel in de hals bevindt of ze verder gegroeid is achter het borstbeen in de borstholte.